Dit is een goede gelegenheid om een gedeelte van de Camino de Santiago af te leggen, maar dan andersom, want vanaf het fascinerende monumentencomplex van Roncesvalles begint het Spaanse deel van de Jacobsroute. Een route die midden door de groene bossen en gastvrije dorpen loopt.
We rijden Pamplona uit via Burlada en op de kruising van Villava (geboorteplaats van de fietskampioen Miguel Induráin) nemen we de weg N135 in de richting van Frankrijk.
We rijden door Huarte en houden richting Frankrijk en Zubiri aan, aangenaam dorp met een gothische Middeleeuwse brug waarvan gezegd wordt dat hij de honsdolheid kan genezen.
Er staat ons een schitterend landschap te wachten.
We gaan terug naar de N135 om de eenvoudige bergpasen van Erro (801m) en Mezquíriz 8922m) over te gaan. We rijden door het dorp Burguete met haar oude, besteende Jacobsstraat, tot we bij de mooie wapenfabriek uitkomen die midden in het Iratibos ligt. Het is verbazend te lezen dat een wapenfabriek de moeite van een bezoek waard kan zijn, maar éénmaal daar zullen we zien dat het een sprookjesachtige plaats is.
Terug in Aribe nemen we de afslag naar Villanueva de Aézkoa, dat op een hoogte van 925 en midden in een dal ligt en waar we de kerk van San Salvador kunnen bezoeken.
Een laatste tip: pas op in de winter, er ligt vaak sneeuw en ijs op de weg.
Orreaga/Roncesvalles
In Roncesvalles, beginpunt van de Camino de Santiago, kunnen we de geschiedenis van deze legendarische plek bijna voelen.
Het was de belangrijkste enclave in Europa in de Middeleeuwen waar duizenden bedevaartsgangers van verschillende streken naar toe trokken. La Chanson de Roland, het oudste verhalengezang van Frankrijk (elfde eeuw) ging de grens over om het verhaal van de legendarische held te vertellen die zijn leven verloor in de strijd in welke Charlemagne verslagen werd door de Basken in 778.
In 1127 werd een ziekenhuis gebouwd op de top van de Ibañete berg, maar vanwege de sneeuw en de kou werd dit na vijf jaar naar Roncesvalles verplaatst. Al gauw werd het een ziekenhuis voor mensen van adel, bedevaartsgangers en Europese vorsten, met name Sancho VII el Fuerte.
Het koninklijke ziekenhuiscomplex, gebouwd in Frans gothische stijl uit de dertiende eeuw telt vijf mooie glas-in lood ramen. Het bestaat uit drie vertrekken, een klooster uit de zeventiende eeuw en een sprookjesachtige capituleerkamer. Verder vinden we er de kapel van San Agustín of Preciosa, waarin koning Sancho VII el Fuerte en zijn vrouw begraven liggen. Het praalgraf is zo groot als destijds de koning was. Het is echt waar, onderzoek heeft bewezen wat de geschiedenis al aangaf, de koning was 2,25 meter lang.
In het ziekenhuis is ook een mooi beeld van Onze Lieve Vrouw van Roncesvalles bewaard gebleven, uit de veertiende eeuw, dat met uitzondering van het gezicht en de handen helemaal bedekt is met zilver. De blik waarmee ze naar het kindje kijkt is verbazend.
In het oudste gebouw van het complex, de kapel van de Heilige Geest, ook wel de Silo de Carlomagno (twaalfde eeuw) genoemd, liggen de bedevaartsgangers die in Roncesvalles gestorven zijn begraven. Naar men zegt liggen hier ook de twaalf stelletjes uit Frankrijk die in de strijd om Roncesvalles gestorven zijn. De legende zegt dat het complex gebouwd is op de plek waar Roldán zijn zwaard in de grond begroef na het verval.
In het museum zijn stukjes tegel, werk van de goudsmid, beeldhouwwerken en schilderijen te bezichtigen, met name de Sagrada Familia van Luis de Morales, het Evangelie van Roncesvalles en het schaakspel van Charlemagne.
En om Roncesvalles helemaal compleet te maken vinden we er de kapel van Santiago en het bedevaartskruis dat sinds de zestiende eeuw afscheid neemt van een ieder die Roncesvalles verlaat.
De fabriek van Orbaiceta
Dit is zonder twijfel een speciale plek. De wapenfabriek van Orbaiceta is al meer dan een eeuw niet meer in gebruik en de natuur heeft een groot deel van de fabriek overwoekert. Planten en vegetatie smelten samen met het ijzer en de stenen waarmee de fabriek destijds gebouwd was, de bogen zorgen ervoor dat het meer op een natuurreservaat lijkt dan op een industrieplek. De plek heeft iets onwerkelijks, met name vanwege de indrukwekkende hoekjes, haar vreemde schoonheid en de stilte.
Ook wel de Koninklijke Munitiefabriek genoemd, gelegen in een gebied rijk aan koper, kwik, ijzer, zilver, zink en lood, was de plek destijds een Middeleeuwse ijzerhandel. Dit was in 1784 toen koning Carlos III van Spanje deze fundering kocht. Toen al waren de mineralen helemaal op en was men verplicht ze aan te laten leveren vanuit de mijnen van Vizcaia.
De fabriek maakte bommen en ijzeren staven. Dankzij haar welvarende produktie en de korte afstand tot de grens werd de fabriek meerdere malen aangevallen, geplunderd en in brand gestoken. Uiteindelijk werd besloten om met de produktie te stoppen in 1873. Vele jaren was het gebouw geheel verlaten, daarna werd een gedeelte van wat het ooit geweest was teruggewonnen dankzij restauratiewerken.
Het komt niet vaak voor dat we industriële bouwkunst uit die tijd kunnen bezoeken en de fabriek van Orbaiceta vertelt ons veel over hoe het leven was in de tijd dat er hier gewerkt werd. Rondom het plein staan nog steeds de huizen van de arbeiders en een gedeelte van het produktieproces van de wapens is hier af te lezen: de werkplaatsen, de opslagruimtes, twee smeltovens... het hart van de fabriek.
Hier heeft men bovendien een kanaal gemaakt om op deze manier de afvoer van het water van de Legarza rivier te benutten. De sterke muren van het kanaal staan vandaag de dag nog steeds overeind, evenals een aantal verbazingwekkende gewelven.
Vanuit de fabriek worden tochten georganiseerd om de hunnebedden, de Romeinse resten van Urkulo en de bergen Ortzanzurieta en Mendilaz, niet ver hier vandaan, te bezoeken.
Het Iratibos
Het Iratibos is altijd al een plek van legendes geweest, en dat is niet vreemd want het is schitterend en stil, met slechts hier en daar een geluid waarvan we niet weten waar het vandaan komt. Hier leeft de legendarische Basajaun, een grote, langharige man die steunt op een stok. Mocht je hem onderweg tegenkomen, vlucht dan niet, maak hem niet boos, maar doe wat hij zegt en hij zal een onschuldige gids voor je zijn.
Het Iratibos is het grootste bos van Navarra en het op één na grootste beukenbos van Europa. De Iratirivier met haar zijrivieren stroomt door het gebied dat uit 12.400 hectaren bos bestaat waarvan 6.250 van de Iratiberg zijn en 1.800 van de Cuestiónberg.
Er groeien met name beuken en sparren, autochtone soorten. De kleuren van de natuur in de herfst zijn fascinerend.
Gedurende lange tijd werd er niet over het Iratibos nagedacht, maar in de achttiende eeuw werd het onderwerp van discussie tussen Frankrijk en Spanje. Vanwege de oorlogen had men het hout nodig voor de bouw van boten en de beste masten werden gemaakt van sparren. In 1856 werd de Tratado de Límites (Vrede van de Grenzen) getekend waarin stond dat dit terrein van Spanje was en in dezelfde eeuw werd er toestemming aan de overheid gegeven om de bomen te gebruiken voor de Spaanse Armada. De exploitatie ging door en werd nog heviger in de twintigste eeuw.
Maar een stukje bos werd bewaard in de Monte la Cuestión, 20 hectaren puur bos dat nu een Natuurreservaat is met de naam Lizardoya, ook wel el Parque genoemd. De sparren zijn soms wel 40 meter hoog met een stam van meer dan een meter doorsnede. De takken zijn zo dicht bebladerd dat ze op sommige plekken het daglicht niet doorlaten. Een echte heerlijkheid.
In het noorden ligt het buitengewoon mooie meer van Irabia. U kunt de 9 kilometer lange route rondom het meer te voet doen of op de fiets. Ook zijn er fantastische eikebossen te vinden in Irati, zoals het bos van Tristuibartea en dat van Ariztoki.
Zonder van het pad af te wijken kunnen we het bosleven in ons opnemen; vinken, roodborsjes, zwijnen en vossen. Als we heel stil zijn kunnen we misschien zelfs wel reebokken en raven zien.
![]() |
![]() |